|
|
SAL (Cabo Verde)
Om te beginnen bij de Kaap Verde. We kwamen aan op Sal (zout),
daar zijn we bijgekomen van de trip en hebben de zoutmijn en bezocht.
We hebben er zeer weinig gevist, máár we zijn wel een keer
uit vissen geweest met een vriend. De opbrengst een kleine bonitú
een zeer smaakvolle vis. Vervolgens zijn we verkast naar Boavista daar
hebben we kennis gemaakt met de plaatselijke cachupa (spreek uit als katjupa).Dat
is een plaatselijke zware warme hap. Daar hebben we veel gezwommen en
daar hebben Maaike en ik een succesvolle duikcursus afgerond. Daar is
verder een uitstapje naar een eilandje gemaakt met een in verval geraakte
burcht. We hebben er ook wel rotweer gehad, er waren golven van wel anderhalve
meter hoog en braaken overal om ons heen.
(ik moet toegeven dat ik toen wel bang was). We zijn een weekje daarna
vertrokken naar Sant
Iago. Daar zijn we lang gebleven hebben kilo's vis geschoten. (met een
harpoen geweer) Daar hebben we een rondrit op het eiland gemaakt, zeer
mooi. We hebben ook daar veel gezwommen en ik ben er gestoken door een
kwal. Het duurde vijf dagen totdat het wegtrok.
Daar zijn we ook naar Praya gegaan, dat word ook wel de administratieve
hoofdstad genoemd.
Daar was verder niet veel aan. Na veel heen en weer gepraat hebben we
besloten toen toch ook maar naar Fogo te gaan. Daar hebben we de kracht
van Moeder Natuur gezien. Kilometers zwart gesteente van wel vier meter
dik. Dat was wel even schrikken. De temperatuur daar deed trouwens verdacht
veel aan vuur denken. Het was er wel 31ºC in de schaduw.
GAMBIA
Nu genoeg over de Cabo Verde, op naar Gambia. De eerste paar dagen op
zee (de eerste twee) waren wel door te komen maar daarna sloeg de verveling
de wind en de zwel echt toe. Even een kort verslag:
Eerste dag: toenemende wind door venturie effect. Twee haaien gezien op
twee meter afstand.
Tweede dag: een dorade gevangen, weer een normale wind
Derde dag: meer wind en veel deining.
Vierde dag: Het zit mij tot hier en niemand heeft er meer veel zin in.
Vijfde dag: We zijn er bijna! We hebben zes kilo vis gevangen en we liggen
bij om niet te snel te gaan.
Zesde dag: Eindelijk Land in zicht! We hebben al drie pelikanen gezien
en ons vergist in een boei, het was een pelikaan!
Nu zijn we in Gambia en rusten twee dagen uit. De eerste dag was heerlijk
rustig, Ik ben een bolon, een zijrivier in een zijrivier, opgevaren met
de rubberboot. Het was er prachtig. De vreemdste vogels vliegen je om
de oren. Ik heb zelfs twee reigers van wel twee meter gezien!
De tweede dag ben ik samen met Rob en Dirk de bolon in geweest tot het
einde. Prachtig echt prachtig. Dat was het wel zonbeetje we gaan nu weer
naar school en we zijn een keer naar de stad geweest. Daar meer over in
een van mijn volgende stukjes.
Naar de stad
Zoals al eerder door mij vermeld zou in een van de
volgende reisverslagen verteld worden over het uitstapje naar stad.We
hier komt het.
We hadden besloten om op straat te gaan eten(kip met koffie en macaroni).
Toen we rond acht uur aankwamen begon het leven lekker op gang te komen.
Het is leuk om te zien hoe
de mensen hier leven. Overdag geld wisselen en s avonds ergens een
kippetje eten.
En dat dag in dag uit. Nu even wat nieuws over het nijlpaard (de behemoth
dus). Een project loopt ten einde. De zelfbouw trimaran van Rob en Ties.
Er worden al plannen gemaakt om met de tri naar het caribis gebied te
varen. Ik zal een foto insluiten een op ware grote.
Verder is dirk helemaal in de elektriciteit. 23 april zal de behemoth
waarschijnlijk weer zee kiezen. Verder zijn er geen noemenswaardigheden
meer.
Het nijlpaard.
Hippopotamussen
(Die lijken helemaal niet op mussen!)
We zijn de rivier op geweest en dat was FANTASTISCH. We hebben
hippopotamussen gezien. Wat een gigantische beesten zeg. We hebben ook
apen zien hardlopen en tussen de bomen door zien slingeren. Wat soms wel
leuk maar soms ook erg vervelend was, was dat er altijd twintig kinderen
om je heen zaten en allemaal hun adres wouden geven zodat je ze spullen
kon sturen als je weer thuis was. Verder hebben we het slavenfort gezien
dat ligt zo'n 160 mijl de rivier op dat is om precies te zijn 288 kilometer.
Het voedsel werd er door gaten naar binnen gegooid en wie niks te pakken
kreeg die stierf, verder was er een gat om te plassen en om het drinkwater
uit te halen. Dat drinken kon trouwens alleen tijdens hoog water anders
was het gewoon een soort van diepe, droge put. Stel je eens voor was je
agressief dan werd je door een soortgenoot naar boven gehaald (De blanken
gingen niet naar beneden dan zouden ze in stukken gescheurd worden en
zonder pardon opgegeten of in de put werden gegooid.) (Zo geliefd waren
de blanken daar dus) en in een kooi met anderen agressievelingen gezet
en daar zocht je het dan maar uit. Wat en gruwelijkheden he? maarja zonder
de slavenhandel en de producten die daar gewonnen werden (In de koloniën
dus) zou Europa waarschijnlijk nooit zo welvarend zijn geworden. Voor
zover het slavenfort.
Toebab toebab
Nu even iets over de heerlijke garnalen en de gekko die we aan boord hebben,
wat zit daar nou weer voor een verband tussen, let maar op. We zijn een
kreek op gevaren en hebben het anker uitgegooid. 's Ochtens worden we
ons bed uitgeklopt door twee vissers. De meeste Boonzajers laten zich
niet kennen en slapen en lezen gestaag door. Rob en Maaike proberen de
goede spirit op te wekken en gaan naar buiten. De vissers worden beloond
voor hun aanhouden want de Behemoth koopt ong. 200 garnalen en 10 joekels
van vissen. Verder blijkt er een kilometer verderop een dorp te zijn.
Als we na twee uur aankomen vraagt de visser verbaasd waarom het zo lang
duurde. Rob antwoord daarop met dat we garnalenpel-les hadden. Als we
(Boris, Rob, Maaike en Ties) na een half uur lopen door de zon bij het
dorp aankomen worden we hartelijk onthaald door alle kinderen van het
dorp. Alleen de kleine stuiven snel weg onder het uitroepen van toebab
toebab. De visser die met ons mee liep naar het dorp laat zijn huis zien
en neemt ons daarna mee naar de winkel. Als we daar staan te wachten zien
we mensen een "zakje" tomatensap halen. Als we tien broden vragen
krijgen we er zes omdat de man die ons helpt er zelf ook nog vier wil.
Het motto is hier "al hebben we een rijstkorrel dan hakken we hem
nog in tienen". Daarna worden we naar de visser zijn oom gebracht,
voordat we naar binnen gaan deelt Boris snoepjes uit. Het motto is verdwenen
en het is een massa van graaiende handen. Daarna is er nog een kleintje
dat een snoepje wil "Sorry ze zijn op." is het antwoord.Als
we binnen zijn tonen we interesse in een "gekko". De visser
staat op en gaat met alle dorpelingen op een gekko jagen. Als ik naar
buiten ga om een handje toe te steken wordt me de pas afgesneden door
een juichende massa met daarin ook een gekko. Als hij aan boord Cesar
word genoemd viert hij dat door van de tafel af te springen en zich glibberend
door de kajuit naar voren te rennen. Na een week op de boot gezeten te
hebben is Cesar een beetje tot rust gekomen en zit regelmatig op Dirk's
of mijn bed te warmen aan de zon.
We liggen nu bijna een week in Denton Bridge, de kaptein heeft al weer
zin om te vertrekken maar eerst zijn er wat belangrijkere dingen te doen.
Zoals volle watertanks halen. Dat is nogal een werk met twintig-liter
jerrycans.
Dat was het dan wel weer voor deze keer.
Met een vriendelijke groet Ties Boonzajer Flaes
|
|