Reisoverzicht, deel 2


1 november tot en met 30 november

   

1 november – Alvor (Portugal)
Van Sines gisteravond vertrokken om bij daglicht Cabo São Vicente te kunnen ronden – dat wordt aanbevolen in de pilot. Vanochtend om acht uur ongeveer aangekomen aldaar. Doodkalme zee, niets om voorzichtig mee te zijn. Prachtige kaap, mooie vuurtoren. Er zou in het fort vlak na de kaap een tentoonstelling zijn van bouwtekeningen van de schepen van Vasco da Gama. We ankerden dus om dat te bekijken, maar er was veel zwel en geen weg naar boven tegen de steile klippen op. Dus doorgevaren naar Lagos, alwaar een veel te dure, akelig Engelse marina ligt. We besloten er niet in te gaan, en werden onverwacht op de lunch uitgenodigd bij een werkplaats in de vissershaven. Plotseling bij een Portugese familie aan tafel, sardientjes op de gril, wat een gastvrijheid. Wijzend naar de enorme berg buitenboordmotor onderdelen die daar verspreid lag, zei ik dat ik vermoedde dat ze daar ALLES hadden. Ja, we hebben alles, zei een van de mannen, behalve geld. En honger zei de tweede. Waarop de fles nog eens rondging. We ankerden de boot in het waddengebied bij Alvor – 3 mijl ten oosten van Lagos.

7 november – Golf van Cadiz
In de loop van de nacht is de wind aangewakkerd tot 30 knopen. We hadden daar – dom dus - niet mee gerekend en dus niet de kleinere fok klaargelegd. We varen met sterk gereefde genua en een derde rif in het grootzeil. Gelukkig ruime wind, dus het is goed te doen. Snelheid boven de zes knopen, af en toe acht. Prachtige dag, prachtige nachten vol sterren, wel vermoeiend varen. ’s Avonds blijkt dat de rolfok niet meer naar binnengerold kan worden. We moeten vaart minderen om niet midden in de nacht in Mehdia aan te komen – dan is het niet aan te lopen. We hijsen de stormfok voor de genua, en varen zonder grootzeil de tweede nacht door.

8 november – Kenitra (Marokko)
Majestueuze entree in Afrika. Om tien voor negen schreef Ties in het logboek: Afrika in zicht. Om half elf varen we achter een klein open vissersbootje aan tussen de brekende golven door, de Oued Sebou op. Naar Mehdia. Aan de kade honderden mensen in felgekleurde djellaba's. Boven hen een ommuurd fort. Onvergetelijk. Even na de vissershaven een douaneboot waarheen we gewenkt werden door een geüniformeerde meneer. Bienvenue en Maroc. Na de formaliteiten doorgevaren naar Kenitra, 8 mijl de rivier op. Onderweg overal vissers en ooievaars, en hier en daar zwaaiende mensen. Kenitra is verlaten en verroest. Door de ramadan is alles nog stiller dan anders.

10 november – Kenitra (Marokko)
Bovenaan is het profiel van het rolreefsysteem van de genua kapot. Ebbo gaat proberen een vervangend gedeelte op te halen om donderdag aan Annemieke mee te geven. De vuilnis worden we geacht in de rivier te gooien. Het oude verroeste bagger- of pijpentrekschip waar we naast liggen heeft veel ratten aan boord. Ik ben erg bang dat wij ze ook zullen krijgen. Vandaag een uitstapje gemaakt per trein naar Rabat om daar de Medina te bezoeken. Ontspannen sfeer overal. Geen gehassel of geroep. Onbegrijpelijk dat zo’n grote stad, hoofdstad nog wel, geen functionerende haven heeft. De vrouwen zijn erg verschillend gekleed – van heel traditioneel met hoofddoeken en lange gewaden tot heel modern, nog net zonder blote buik.14 november – Mohammedia (Marokko)
We maakten kennis met het zand van de Sahara dat door een enorme storm op ons dek werd geblazen vanochtend. 50 knopen wind in de haven en kilo’s rood stof overal. Ook maakten we kennis met André, verwoed zeiler en groot kenner van de weersomstandigheden hier. Veel van hem geleerd. Hij reed ons door de stromende regen ’s nachts naar het vliegveld om Annemieke te halen, die arriveerde met kompas voor de autopilot en profiel voor het rolreefsysteem. Met enige moeite kwam het door de douane.

16 november – Mohammedia (Marokko)
Eind van de ochtend naar Salé vertrokken per trein – heel de dag in de kleurige, drukke medina rondgeslenterd. Een man die een hotel voor de armen bezat gaf ons thee en liep met ons mee naar de pinautomaat. Verderop een waarzegger bij een moskee, maar we mochten er niet in. Waarom niet? Geen hoofddoek? Geen moslim? Het is allemaal erg kleur- en geurrijk, maar ook echt armoedig en armzalig. Veel rommel te koop, stank, donkere hokjes waar de winkeliers de hele dag in zitten. We keken in een weefatelier waar drie mannen van onbestemde leeftijd de hele dag in het donker in een hok tapijten weefden. Toen we kwamen kijken, deden ze even het licht aan.

17 november –
Mohammedia (Marokko)
We wandelden naar de vissershaven, waar de vissers hun vis verkopen vanuit de kleine open bootjes waarmee ze hier de zee op durven. Daarna liepen we over het strand, Ties en Rob kwamen met de rubberboot. Om terug te keren moesten ze de branding trotseren – spectaculair. Overal op het strand staan alle jongens onder de twintig acrobatiek te oefenen: radslag, salto’s (vooral achteruit), flikflak. Ties is er erg van onder de indruk.


18 november –
Mohammedia (Marokko)
We worden door de havenmeester uitgenodigd om het verbreken van de vasten bij hem thuis mee te maken. Om ongeveer half zes wordt een speciaal daartoe bedoelde maaltijd geserveerd, met harira, dadels, gevulde eitjes en allerlei heerlijke hapjes. Zijn vrouw, oudste dochter, schoonzoon en zoon eten ook mee. Twee jongere dochters blijven in de keuken. Alle kinderen studeren of hebben gestudeerd. De stemming bij het eten is vrolijk en gezellig. Na het eten kijken we allemaal samen naar een Egyptische soap die heel populair is.
20 november – Mohammedia (Marokko)
Om Dirk’s 14e verjaardag te vieren reizen we af naar Marrakech. Drie en een half uur in de trein, deels door spectaculair landschap – kale heuvels, met hier en daar een waterput. Mensen op ezels en kamelen, in kleurige gewaden. De woestijn komt met rasse schreden naderbij.


22 november –
Marrakech (Marokko)
Marrakech is erg toeristisch vergeleken met alle andere plaatsen die we hebben gezien. De sfeer is er beduidend anders. Er zijn slangenbezweerders, verhalenvertellers, muziek, en heel veel eetgelegenheden, maar vooral vreselijk veel toeristen. Er moet op alles stevig worden afgedongen en je wordt de hele dag aan je kop gezeurd. Het is vermoeiend, maar ook erg indrukwekkend. In de grote medina wonen 60.000 mensen per km2, de straatjes vormen doolhoven zoals je ze in de computerspelletjes van de kinderen tegenkomt. Ook het Marrakech museum bezocht, midden in de souk. Het is gevestigd in het paleis van een hoogwaardigheidsbekleder uit het eind van de 19e eeuw, geheel in Andalousische stijl. Binnenin interessante tentoonstellingen, over Europese gravures van Marokko, en hedendaagse Marokkaanse schilders. Een oase van rust en beschaving in het toeristengeweld overal buiten de deuren van het museum.

25 november – Mohammedia (Marokko)
’s Middags kwam onze steigerbuurman André melden dat Mohammedia aan het overstromen was. Het water stond al 1,5 meter hoog! In de haven merk je er niets van. De overstroming ontstond na de heftige regenval van de afgelopen tijd. Rivierbeddingen die normaal gesproken droog staan, liepen nu vol water. Er dreef een lege container rond, die onder de brug klem kwam te zitten en daardoor de afvoer van het water onmogelijk maakte. Het water kwam in grote hoeveelheden uit de bergen stromen, en veranderde het rustige stadje in een mum van tijd in een modderzee. In de loop van de avond begon de raffinaderij verderop te branden. Wij liggen er vijf kilometer vandaan en tussen de brand en ons zijn alleen nog meer raffinaderijen en veel olie- en gasleidingen. Vlak bij ons laden en lossen de olie- en gastankers. We besluiten de haven te verlaten en de nacht voor anker door te brengen in de baai, zodat we nog een redelijke kans hebben om weg te komen als het vuur zich onze kant op uitbreidt. Na ons gaan ook de loodsboten en olietankers in die baai liggen.

26 november –
Mohammedia (Marokko)
De hele nacht hebben we wacht gehouden om in de gaten te houden of het vuur zich uitbreidde. Het laaide nog een aantal keren op, maar bleef tamelijk ver weg. Vanochtend bleek het gevaar geweken te zijn. In de stad is een volledige ravage, maar we kunnen er niet komen want alle wegen hier staan nog heel diep onder water. De havenmeester zegt dat we met onze rubberboot gisteravond goud hadden kunnen verdienen in de stad. Het wordt me niet duidelijk of er ook slachtoffers gevallen zijn.

28 november – Mohammedia (Marokko)
De stad is inmiddels wel enigszins begaanbaar, maar een grote chaos. Grote delen zijn gedompeld onder een dikke laag rode modder. De mensen staan er tot hun knieën in, met trekkers proberen ze de klei op een hoop te krijgen, en het water weg. De ovens van de bakker, de koelkasten met ijsjes op straat, de café’s, niets doet het meer. De krantenkiosken, auto’s, alles is stuk en onder de dikke rode klei. Vrijwel niemand is verzekerd.

30 november –
Mohammedia (Marokko)
Voor het eerst in al die weken een weerbericht waaruit enige dagen vrij stabiel weer blijkt. We besluiten in een keer naar la Gomera te varen, waar opa en oma Verrips ons zullen bezoeken. Noordoost 3-4 wordt er voorspeld, onze genua is nog stuk, maar de gewone fok doet het nog wel. We vertrekken samen met wat Fransen die ook naar de Canarische eilanden willen. In de stad nog steeds overal rode klei.

 

Lees verder: Reisoverzicht deel 3