Reisbegin
Wanneer is een Grote Reis nu eigenlijk begonnen
- dat ligt minder eenvoudig dan het lijkt. In ieder geval niet op
het moment dat wij de trossen losgooiden in Monnickendam. Dat was
een statement - voor ons, voor u, voor de website. Een bruiloft is
nog geen huwelijk, dat weet iedereen.
Begin augustus, in de nacht van zondag op maandag passeerden we onze
koerslijn van twee jaar geleden. Dat was een echte startlijn, want
verder weg waren we op eigen kiel nog nooit geweest. Toen onderweg
naar Treguier aan de Bretonse Noordkust, nu aangekomen in L'Aber Wrac'h,
pal boven kaap Finisterre. Einde van de wereld. Lands End. Kraj Sveta.
Finis Terra. Je komt die kapen over de hele wereld tegen, en ze dragen
allemaal de zelfde naam. Het einde van het land, het einde van de
wereld, het einde van het bekende. Hierachter is leegte en woesternij.
En daar hopen wij op - de wereld ligt open en wij gaan erop af.
Maar eerst nog even genieten - want hoe leuk Engeland ook mag wezen,
het was toch ook het laatste stukje Oosteuropa dat we nog kennen.
Een combinatie van Oosteuropa en de derde wereld eigenlijk. Prachtig
natuurlijk - maar het is zwaar werk om er te wonen, en het is zelfs
zwaar werk er op visite te zijn. Daarmee vergeleken liggen we zelfs
in het toch weinig mondaine L'Aber Wrac'h in de beschaafde wereld.
Het is mooi, mooi, mooi - een flauw streepje land, wat smaakvol neergelegde
rotsen, een pittoresk stukje vuurtoren, hier en daar een oesterbed
of mosselcultuurtje, en dan maar dineren, in alle rust en dankbaarheid.
Dat is natuurlijk niet meer dan een toeristenfantasie, want in de
praktijk is dit een van de gevaarlijkste kusten ter wereld. Nergens
beschutting, een moordende zeestroom, en verraderlijke rotspartijen
voor iedere havenmond. Qui voit Ouessant voit son sang - het kleine
eilandje Westzand (Ushant voor de Engelsen) dat kaap Finistère
afdekt was eeuwenlang zo berucht dat geen behoorlijke gezagvoerder
het zelfs maar binnen gezichtsafstand wilde hebben. Diepzeehavens
zijn er niet, wat er aan vissersvlekken ligt is niet meer dan een
paar uur per tij aan te lopen, en dan nog moet je maar afwachten wat
je aantreft. Voor de plaatselijke bevolking was het op de klippen
jagen van voorbijvarende schepen eeuwenlang een gewaardeerde broodwinning.
Morgen, morgen gaan we de wereld veroveren - maar vandaag nog even
niet.