|
Tijd
Langzaam maar zeker ontwikkelen wij een eigen tijd en daarmee een eigen
tijdsbeleving. Aan boord van een schip is tijd namelijk geen vanzelfsprekend
gegeven meer, maar een afspraak die geregeld op zijn geldigheid moet worden
beproefd. Tijd is wat de klok aangeeft en een dag is wat op de kalender
staat - net zoals uw IQ niets anders is dan de uitslag van een intelligentietest.
Meer zit er, in alle gevallen, niet achter. Dat geldt aan de wal natuurlijk
ook, maar met uitzondering van de wisseling tussen zomer- en wintertijd
merk je er niet veel van. Op een schip wel - je moet donders goed weten
in welke tijd je zit, want anders komt er van een geordende navigatie
weinig terecht.
Al onze weerberichten en het merendeel van onze getij-gegevens komen binnen
in Universele Tijd. UT is een moderne vertaling
van de Gemiddelde Tijd van Greenwich: een gemiddelde van de hoogste zonnestand
boven een observatietoren in het Engelse plaatsje Greenwich, nabij Londen.
Bij de hoogste zonnestand aldaar was het lange tijd in de hele wereld
twaalf uur Greenwich tijd, punt. In scheepstermen: twaalfhonderd uur,
want wij mogen het graag exact houden. Het heeft overigens eeuwen geduurd
voor deze tijd internationaal was geaccepteerd: ook Parijs en Lissabon
hebben lange tijd als meetpunt gefungeerd, en daarmee als tijdwijzer voor
de rest van de zeevarende wereld. Het lijkt een futuliteit, maar omdat
deze twaalfuursstand tevens de basis vormde voor de lengtegraden die je
op iedere kaart terugvindt - de meridianen - was een algemeen geaccepteerde
eenheidstijd een basisvoorwaarde voor internationaal bruikbare zeekaarten.
Een betrouwbare scheepsklok was dan ook eeuwenlang de wensdroom van iedere
schipper die zich buiten zicht van land bevond: zonder klok was geen lengtebepaling
mogelijk. Noord en zuid wil nog wel lukken, maar voor je oost en je west
heb je een klok nodig - het is niet anders, en zonder GPS is het nog steeds
niet anders. De westkust van Australie is bezaaid met scheepswrakken die
wel hun breedte, maar niet hun lengte in orde hadden. In ons reddingstonnetje
zit dan ook een simpel kaartje dat van dag tot dag exact aangeeft, hoe
laat het boven Greenwich twaalf uur in de middag is, met de zon in de
hoogste stand boven die observatietoren. Op basis hiervan kunnen wij met
niet meer dan een eenvoudig horloge exact bepalen op welke lengte wij
ons bevinden, zolang we de zon maar zien opkomen en ondergaan. Probeer
nu voor de volgende les zelf te bedenken ... maar nee, u leest deze website
voor uw genoegen. Laat dat maar aan ons over - mochten we over de muur
moeten, dan toch in ieder geval in het volle besef van onze lengte.
Deze UT is dus als we varen voor ons een handige tijdsrekening, maar in
zicht van de wal heb je er niets aan. In Spanje, Hopsitopsiland of desnoods
in de Verenigde Staten gaan niet alleen de winkels, maar ook de bruggen
en sluizen open en dicht in Locale Tijd, en
daar hebben we natuurlijk ook mee te maken. Om een of andere reden wordt
die locale tijd aan boord van schepen Zoeloe genoemd. Drie uur in de middag
aan de wal heet aan boord dus vijftienhonderd Zoeloe, en nultweehonderd
Zoeloe is bij u twee uur in de nacht. Zoeloe en UT zijn aan boord dus
beide de juiste tijd, maar ze bestrijken ieder een verschillend domein
die slechts zelden met elkaar in aanraking komen.
De derde tijd die we hanteren
is die van het wachtschema, dat zoals u weet per vier uur verloopt. Vier
uur op, vier uur af - eeuwenlang is dit voor gewone zeelui de enige tijd
geweest waarmee ze iets te maken hadden. Slapen, werken, slapen, werken
en bij de aflossing van de wacht iets te eten - uit meer bestond het leven
niet, en bij manoeuvres schoot het slapen er natuurlijk als eerste bij
in.
Dat is bij ons niet anders, al hebben wij het onvergelijkbaar veel gemakkelijker
dan de echte zeelui de ons zijn voorgegaan. Maar toch - al na twee dagen
doorvaren zijn UT en Zoeloe ook bij ons vervallen tot begrippen uit een
ander leven. Je rekent nog voornamelijk in uren te gaan tot er weer iets
te eten is, of tot je weer te kooi mag. Onze weekindeling spoort inmiddels
nog veel minder met wat aan de wal gebruikelijk is. We hanteren nog wel
een systeem van weken, maar de gewone weekdagen hebben hun betekenis grotendeels
verloren. Zondag, dinsdag, weekend - wat maakt het uit wanneer je op zee
zit. Conventies van de wal, meer is het eigenlijk niet.
Waar wij mee rekenen is gebaseerd op de school die wij er aan boord op
nahouden. Vijf dagen schoolbesognes, twee dagen vrij, en dan weer een
nieuwe schoolweek. Daar hebben we wel iets aan, want langs die lijnen
is het leven georganiseerd.
Daarom noemen wij die eerste schooldag gewoon Eendag en tellen we door
tot Vijfdag. Na Vijfdag komt Vrije Dag (bij u aan de wal heet dat zaterdag)
en daarna is het bij ons Rustdag. Op Vrije Dag gaan we in het Bad, trekken
een schone Onderbroek aan en eten in een Restaurant als het even wil lukken.
Als alles goed gaat zijn we dan weer bij Eendag aangeland, tenzij we gevaren
hebben zodat Eendag opschuift. Mochten we midden in de werkweek een dag
verliezen dan maakt dat voor onze weekindeling niet uit - zodra we weer
kunnen gaan we verder waar we gebleven waren. Na Driedag is Vierdag de
eerstvolgende werkdag, al zit er een week tussen. De in onderwijskundige
termen verloren dagen hebben geen naam, hoewel ze eerlijk gezegd vaak
tot de prettigste behoren.
Het is opvallend hoe snel een dergelijke weekindeling werkelijkheidswaarde
krijgt - hij zegt ons na een paar weken al meer dan de dinsdagen en zaterdagen
waarmee we tot dusverre ons hele leven hebben gewerkt. Tijd is dus wat
de klok aangeeft binnen nauw omschreven domeinen die elkaar niet of nauwelijks
raken, en een dag is wat er aan activiteiten op het menu staat. Niet meer,
maar ook niet minder.
Er is een uitzondering: op zaterdag staat het uitbetalen van zakgeld op
het programma, en daarbij tellen natuurlijk de echte walzaterdagen. Je
moet namelijk niet denken dat ze een gaatje in hun hoofd hebben, hiero
aan boord van de Behemoth.
Aldus afgesloten in de haven van Ribadeo. Rustdag om twaalfhonderd en
vijf en twintig Zoeloe.
|
|