Nieuwe Binnenweg
De Kaap Verden liggen voornamelijk in het buitenland;
voor elke Kaapverdiaan hier, wonen er twee ergens buiten de grenzen.
Traditioneel waren het vooral de Verenigde Staten waar grote kolonies
zich vestigden. Op de vlucht voor de dodelijke droogte, de hongersnoden
en het Portugese wanbestuur. Afstammelingen van de Kaapverdische zeelui
en walvisjagers die en masse een beter heenkomen
hebben gezocht aan de andere kant van de oceaan. Hun trouwe overboekingen
en buitenlandse hulp vormen de twee belangrijkste inkomstenbronnen -
want de eilanden zijn nog net zo stoffig, winderig en onherbergzaam
als in de tijd dat de Portugezen er min of meer bij toeval tegenaan
voeren.
Maar ook Nederland heeft inmiddels een stevige Caboverdiano basis, in
Rotterdam. De Nieuwe Binnenweg, dat is hier een bekend adres. Een classic
voor iedere rechtgeaarde Rotterdammer, maar ook een household name in
de Kaap Verden. Iedereen heeft daar wel een familielid of een bekende
in de buurt zitten. Wij geven inmiddels voor het gemak ook maar Rotterdam
als thuishaven op; dat klopt ten minste een beetje met wat Kaapverdianen
zich bij een Nederlands schip voorstellen.
Het is dan ook gemakkelijk hier Brinta te kopen, of Pindakaas en Zaanse
mayonaise van een Bekend Merk. Gemakkelijker dan een locaal geproduceerd
ei of een glas melk. En veel van de Kaapverdische muziek wordt gewoon
in Rotterdam geproduceerd. Nieuwe Binnenweg, natuurlijk. De leukste
zouk, funana of simpele dertien in het dozijn amusementsdeunen die hier
als locale hitjes uit de radio kraken - Made in Rotterdam.
Echt Kaapverdiaans - en echt Rotterdams.
Ook de vrachtscheepjes die deze wateren aanlopen hebben onveranderlijk
Rotterdam als eindbestemming of uitgangshaven. En dat is inmiddels goed
te merken aan de locale artefacten. Tafels van blikplaat, wasbekkens
van olievaten, maatbekers van oude flessen, zelfs tot woning verbouwde
containers blijken bij nader onderzoek altijd wel een stukje Nederland
in zich te dragen. En niet als restanten van het verleden - welnee,
als bindend element in het leven van alledag. Iedere week komt er weer
een nieuw onderdeel binnen, een minuscuul stukje van een puzzel die
nog driftig in de maak is. Een schitterende co-productie tussen Nederland
en de Kaap Verden waarvoor geruisloos maar onafwendbaar wordt gerepeteerd.
Door duizenden naamloze en onbekende acteurs - naamloos, maar buitengewoon
goed georganiseerd.
Dat is prachtig - maar het heeft zijn kanten voor onze reis.
Nederlands met een lekkere Rotterdamse tongval is hier een veelgespoken
tweede taal, de Maas is de grootste rivier en wij zijn door onze afkomst
een onafwendbaar onderdeel van dat gegeven.
Dat schept een band en maakt het contact gemakkelijk zou je denken -
maar tot onze schrik is niets minder waar. In tegendeel - wij zijn hier
net zulke dubbele passanten als de Kaapverdianen zelf. We luisteren
weer naar de Wereldomroep maar willen ook de lokale funana niet missen,
we hongeren naar berichten uit Nederland maar hebben geen idee meer
waar ze over gaan, we ergeren ons net als iedereen aan het altijd maar
ontbrekende water en voedsel terwijl we genoeg bij ons hebben om het
desnoods een half jaar uit te zingen. We zijn er wel, maar eigenlijk
zijn we ook ergens anders.
Aan die eilanden ligt het niet - het weer is stabiel, de zon schijnt
er lekker op los, het is prachtig zeilen en de zonsondergangen zijn
bijna saai van schoonheid. En aan de mensen ligt het al evenmin - niets
op aan te merken, een vrolijk en gezellig land.
Maar na twee maanden Kaap Verden zijn we er al bijna vertrokken zonder
ooit te zijn aangekomen.
Op naar Afrika. Of waren we daar al?